Ga naar:

Centrum voor Parochiespiritualiteit

Archief

Eerste Communie

Voorbereiding op de Eerste Communie: net even ánders
Steeds minder kinderen worden aangemeld voor de Eerste Communie. Het verschijnsel is een onderdeel van een algehele trend van ontkerkelijking. Als er al ouders zijn die hun kinderen opgeven voor de Eerste Communie, zijn dat in veel gevallen ouders die niet of nog sporadisch de liturgie van de kerk meebeleven. Alleen het motief van het feestje houdt dit gebeuren nog even kunstmatig overeind, maar dat staat daar in feite buiten; men ziet het aan het gedrag van de familie die mee in de kerk komt. In het Duitse tijdschrift ‘Gottesdienst’ beschrijft een pastoraal werkster hoe zij al zoekende een weg vond voor een groep samenwerkende parochies in Osnabrück om de kinderen, samen met ouders en parochianen in te wijden en te integreren in het liturgische leven van de kerk, het eigenlijke doel van de ‘eerste communie’-voorbereiding. Het was haar duidelijk geworden over hoe weinig geloofskennis en geloofservaringen de aangemelde kinderen beschikken. Voor een uitweg uit deze impasse was ze geholpen door de verschillende communieprojecten die ze bestudeerd had: die betrekken enerzijds steeds sterker de ouders en gezinnen bij het catechetisch proces, terwijl ze van de andere kant steeds meer kleine vieringen in het project opnemen om de ontbrekende ervaring met de misliturgie te compenseren.
Het artikel beschrijft dan een serie ‘op-weg-vieringen’ die een schakel vormen tussen de groepscatechese (kleine groepjes waarbij de ouders zelf catechese geven) en de eigenlijke Eerste-Communieviering.
Het zijn slechts vijf vieringen, waarvan de drie eerste Woordvieringen zijn met als voorgang(st)er de pastoraal werk(st)er, en de twee laatste met de priester van de Communieviering als voorganger. Het belangrijkste bij deze op-weg-vieringen is de bewust gekozen aanwezigheid, zowel van de gezinnen der communicantjes als van de parochianen, kortom van de vierende gemeenschap die daarmee kiest voor een rol in dit integratieproces.
De drie woordvieringen spelen zich successievelijk af: bij de ingang, waar het kennismaken met elkaar centraal staat; bij de doopvont waar wordt teruggespeeld naar het ontvangen doopsel; en bij de ambo waar wordt kennis gemaakt met het Woord van God. De twee eucharistievieringen zouden gericht kunnen zijn: op de ervaring van het geven en het weer terugontvangen van de offergaven; en op de omvorming van deze gaven naar het Lichaam van Christus als vrucht van de Grote Lofprijzing.
De op-weg-vieringen vervangen dus de catechese niet, maar zijn wel noodzakelijk om de integratie van de kinderen en de ouders in de kerkgemeenschap weer tot stand te brengen. Door het ontvangen van het Lichaam van Christus wordt men geleidelijk een deel van zijn Lichaam dat de Kerk is. Gebeurt dat niet, dan blijft het communiefeest een ‘Fremdkörper” in het parochieleven. F.M. Gelens sss

Studiedag 3 oktober 2009

Liturgiedag zaterdag 18 oktober 2008


Groeien in geloof. Met liturgie en catechese als partners
Inleider: Stijn van den Bossche, algemeen secretaris Interdiocesane Commissie voor Catechese in Vlaanderen,

Een terugblik
“Een persoonlijke Godsrelatie is niet iets voor de happy few,” stelde inleider dr. Stijn van den Bossche voor tijdens de jaarlijkse “liturgiedag” van het Centrum voor Parochiespiritualiteit. De toekomst van onze geloofsgemeenschappen “hangt af van mensen die God in hun leven hebben ontdekt, Christus hebben ontmoet en voor wie het evangelie een woord van leven is geworden.”
IStijn Van den Bossche belichtte hoe liturgie en catechese samenwerken ten dienste van volwassenwording in geloof. Om volwassen te worden als gelovige moeten wij gehoor geven aan Gods roeping in ons leven, zei Van den Bossche. De catechese dient onze (levenslange) geloofsvorming en inwijding in het christelijk leven door ons ontvankelijk te maken voor Gods Woord. Tijdens de liturgie stelt God zich reeds present. Daar spreekt Hij ons aan. In die zin voltooit de liturgie de catechese, door te “doen” wat de liturgie “zegt”. De liturgie “spreekt niet alleen over het nieuwe leven dat God ons wil schenken, het schenkt ons nieuw leven,” aldus Van den Bossche. Een grondvoorwaarde hiervoor is dat de geloofsgemeenschap zichzelf niet beschouwt als “het publiek, maar de rol speelt van het orkest dat de partituur uitvoert. Er is geen publiek in een eucharistieviering: iedereen wordt uitgenodigd om actief deel te nemen.”